a Dutch interview…

This is an interview I did with Angeline Adams and that was translated by Remco van Straten for the Dutch magazine Holland SF whose editor (Roelof Goudriaan) has kindly allowed me to reproduce it here…

Ricardo Pinto: Meester van een Onvolkomen Wereld

Door Angeline Adams
Vertaling: Remco van Straten

Met zijn ongelijnde gezicht en getrainde lichaam is het haast onvoorstelbaar dat Ricardo Pinto bijna 50 is. Maar hij leeft gezond en is een actief beoefenaar van yoga en tai chi. Een lichte neiging om te beleren wordt gecompenseerd door zijn enorme enthousiasme en zijn vermogen om zich helder uit te drukken, en daarmee plaatst hij elke gesprekspartner op gelijkwaardige voet. Hij leeft comfortabel met zijn partner op het Schotse platteland, en is vooral ingenomen met de boekenplanken die hij niet zo lang geleden installeerde. “Die boeken zaten al in dozen sinds we vorig jaar uit Edinburgh verhuisden.”

Pinto leidt me naar zijn riante werkkamer. Een merkwaardig maar opvallend schilderij hangt boven zijn bureau, met daarop een man die een masker van klassieke schoonheid van zijn angstaanwekkend gezicht verwijdert. Pinto vertelt mij waarom het kunstwerk, geschilderd door een vriend, hem aansprak. “De meeste mensen vinden het schilderij onheilspellend, maar het stelt mij juist gerusthet toont hoe de werkelijkheid in elkaar zit.”
Hij grinnikt. “Of het kan natuurlijk zijn dat het, net zoals in het portret van Dorian Gray, de onrust die binnenin mij zit toont, zodat het niet op mijn eigen gezicht af te lezen valt.”

Voordat we met ons interview beginnen waarschuwt Pinto dat onze tijd beperkt zal zijn. Enkele weken daarvoor werd de rust ernstig verstoord toen een vrachtwagen zijn tuinhek plat reed, en werklui komen langs om de schade te herstellen. Dit illustreert de grote waarheid in het leven van de 48-jaar oude schrijver, dat de vrede van een thuis duur betaald wordt en maar al te fragiel is.

Met het verschijnen van The Third God bracht Pinto na meer dan 10 jaar noeste arbeid zijn Stone Dance of the Chameleon trilogie tot een einde. Het is het verhaal van Carnelian, een jongeling die opgroeit in ballingschap en dan in een luxueus bestaan wordt geworpen dat is gebouwd op het lijden en de exploitatie van anderen. Met het corrupte Eden van Osrakum verwijst Pinto allegorisch naar de relatie die het Westen heeft met de Derde Wereld.

Fantasy wordt veelal gezien aks ontspanningslectuur, en doorgaans hebben boeken in het genre geen verdere betrekking op onze eigen wereld. Maar Pinto gelooft niet dat boeken of auteurs zouden moeten worden beperkt door etiketten die worden opgedrongen door de markt. Dit standpunt is vooral relevant nu hij een nieuwe fase van zijn loopbaan ingaat, en bekijkt welke van een vloed aan ideeën in uiteenlopende genres hij als zijn volgende boek zal uitwerken.

“Ik wil niet worden belemmerd in wat ik mag schrijven en ik huiver bij de gedachte te worden geklassificeerd binnen dit of dat genre. Aan de andere kant is het moeilijk om zo’n positie in te nemen zonder andere genre-auteurs, en vooral de lezers, het gevoel te geven dat ze worden afgedankt, alsof ik tegen hun zeg dat ik niet meer bij hun wil horen, maar bij die ‘andere’ mensen. Ik heb een hoop energie verspild aan mijn frustratie met de limieten van het genre, en ik denk dat ze voortkomen uit de uiterlijke vorm van boeken; als objecten en, en dit is het belangrijkst, als handelswaar.”

Pinto hoopt dat de fantastische setting van de boeken hun waarde met betrekking tot universele menselijke problemen niet versluierd, aangezien hij zich betrokken voelt met hoe individuen worden gevormd door families en gemeenschappen door individuen.
“mijn boeken zijn beschreven als een mengeling van de Egyptische en Azteken beschaving, of als een mix van Romeins en Chinees, maar ik probeer dit soort aanduidingen juist te ondermijnen. De Stone Dance gaat over mensen en over de machtstructuren die ze opbouwen vanuit hun kindertijd en hun families. Deze patronen, die ze dan opdringen aan andere mensen en aan de wereld, moeten hun eigen onvolkomenheden compenseren.”

Pinto zelf is zich volledig bewust van zijn eigen compensaties, en de mythologie van zijn werk heeft een diepe persoonlijke laag. Carnelian’s reis door een verwarrende wereld reflecteert zijn eigen emigratie uit Portugal als kind in 1967 en zijn verdere jeugd in een grauw en afwijzend Schotland.
“De Stone Dance is deels een vorm van zelf-therapie. In feite keerde ik ermee terug naar mijn jeugd. Het idee van het achtergelaten Paradijs, het aflopen van een Gouden Eeuw, komt over de gehele wereld voor om de simpele reden dat iedereen het Eden van de kindertijd verlaat. In Portugal groeide ik dicht bij de zee op, met een bos aan één kant van ons huis en zon-overgoten weilanden aan de andere. Lange tijd was ik me enkel bewust van het licht, maar ondertussen groeide daaronder een duisternis die ons uiteindelijk in een soort ballingschap dwong.”

Ik vraag naar die duisternis, en verwacht een politiek getint antwoord. De ballingschap blijkt echter te bestaan uit een veel allerdaagser, maar even onconfortabele, realiteit. Pinto geeft aan dat zijn vader, zo lang als hij zich kan herinneren, nooit vrienden heeft gehad, en zowel zijn vader als hun relatie klinkt onrustig. Maar in plaats van uit te wijden over het gebrek aan geluk in het leven van zijn ouders, kiest hij ervoor de oorzaak ervan uit te leggen.
“Mijn ouders hadden beiden een erg moeilijke jeugd. Mijn grootvader van vader’s kant vocht in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog – een joch van 17, weggerukt uit een plattelandsydille naar een oord waar hij vluchtend voor de artillerie over de hoofden van de doden struikelde. Mijn moeder’s moeder overleed kort na haar geboorte, en nadat haar vader ook verdween werd de zorg over haar en haar broers en zussen overgelaten aan een oudere zus. Een groot aantal demonen vonden zo hun weg naar mijzelf door beide lijnen van mijn familie.”

Oorlogsverhalen van drie generaties terug lijken dan misschien niet relevant, maar Pinto transformeerde ze in het intens geweld en de gruwelen die te vinden zijn in zijn werk. Hij toont miljoenen Sartlar slaven, vermalen tot pulp en onherkenbaar verbrand op het slachtveld. Afgebeuld tot de dood worden anderen verwerkt tot render: vleespap om de legers van de Meesters te voeden. Met hun vrijheid, individualiteit en menselijkheid ontnomen zijn de Sarlar de ultieme underdogs van het verhaal, en de met bloedige letters geschreven verontwaardiging vindt zijn oorsprong in de jeugd van de schrijver.

Pinto’s familie vond met de emigratie het geluk niet. “We hadden weinig vrienden, kenden geen andere emigranten, en kwamen overal in aanraking met racisme. De onwetendheid in Groot Britannie was zo groot dat met aannam dat Portugal in Afrika of in het Carribisch gebied lag, en ook werden we voor Pakistaniers of Turken aangezien. Ik ondervond dat de aanvankelijke openheid van de andere kinderen omsloeg in vooroordelen naarmate ze ouder werden. Ik groeide ik abnormaal dicht naar mijn ouders toe, en hun pijn en verdriet leidde me naar behoorlijk duistere plaatsen.”
In zijn pubertijd ontdekte Pinto zijn homoseksuele geaardheid, en dat maakte het leven er voor hem niet gemakkelijker op. In Schotland was homoseksualiteit nog niet gelegaliseerd, en een cultuur waarin homo’s alleen zichtbaar waren als negatieve stereotypen bood hem geen rolpatronen of steun.

Pinto maakte de interessante keuze om de hoofdpersoon van zijn boeken, Carnelian, op z’n minst nominaal te identificeren met de onderdrukkers. Carnelian is één van de Meesters, en is geboren in de dominante cultuur van de Gekozenen – een complexe, op slavenij gebouwde beschaving met intriges die niet onderdoen voor die van Caligula’s Rome. Carnelian keert zich af van de privileges van de Meesters en sluit zich aan bij de onderdrukten, maar vindt zich in een ethisch dilemma zo oud als de politiek zelf: kan hij overleven en zijn invloed aanwenden voor de goede zaak, zonder diegenen die hij probeert te helpen in moeilijkheden te brengen?
Als dit morele dilemma bekend lijkt, dan is dit met opzet:
“Stel je een beschaving voor waarvan het volk achter een ondoordringbare muur leeft, waarbinnen ze een leven leiden van ongelimiteerde privileges, maar gebaseerd op het verkrachten van de wereld buiten die muur – terwijl dat leed wordt afgeschermd door diezelfde muur. Dat is de relatie die het Westen heeft met de Derde Wereld, en in de Stone Dance heb ik die relatie gemythologiseerd.

Als materialistische Westerners op grotere schaal, creëerden de Meesters hun utopie door de wereld te veranderen in een dystopie voor diegenen die worden uitgebuit.
“Utopieen en dystopieen – en de grenzen daartussen – hebben me al zo lang geboeid, vanaf dat ik een kind was, dat ik me nauwelijks van ze bewust ben als gescheiden categorieën. Ze zijn een fundamenteel deel van de wereld waarin ik leef. Wat, uiteindelijk, is een maatschappij, elke groep mensen, elke familie, dan een dystopie en een utopie, die in elkaar opgaan; een emotioneel landschap waarop de zon schijnt, maar waar soms een donkere wolk zijn schaduw slaat?”

Deze thematiek reflecteert veel van de periode waarin het werd geschreven. De oorsprong van de trilogie ligt in Pinto’s studententijd, die samenging met een globale beweging tegen de Apartheid. “Om maar te zwijgen van Pol Pot, de genocide in Rwanda – en dan is er nog die hele erfenis van de Tweede Wereldoorlog en de gaskamers.” Pinto vraagt zich af of een boek kan worden geschreven dat zijn tijd niet reflecteert.

Ik merk op dat zijn boek, waarin de maatschappij van de Gekozenen op de rand van een revolutie staat, wordt uitgebracht net nu onze eigen maatschappij struikelt aan het eind van de economische groei van de laatste tien jaar. Hij grijnst in herkenning, maar “het keerpunt dat ik in gedachten had was dat van de globale opwarming, het verwoesten van de eco-systemen en de explosie van de bevolkingsgroei. Ik denk dat de recente ineenstorting van de economie daar een deel van uitmaakt, dus, ja – het is significant.”

Is de wereld er op vooruit of achteruit gegaan sinds Pinto begon met zijn trilogie?
“Het is een tegelijkertijd een betere en een slechtere wereld; we boekten vooruitgang op vele fronten, maar hebben nog steeds het idee dat, omdat een je een persoon van de rand af kunt praten of kunt overtuigen om zijn pistool neer te leggen, de planeet vatbaar is voor dezelfde overtuigingskracht. Maar de Aarde is geen persoon, en is niet op die manier te overreden.”

Eén van de overtuigendste argumenten voor sociale gelijkheid is impliciet: de relatie die Carnelian begint met een andere jonge edelman, een bond met een gepassioneerde botsing van ideologieen, is een cruciaal aspect van de emotionele rode draad in de trilogie.
In een eerder interview deed Pinto Carnelian’s geaardheid af als een logisch gevolg van de grotere beschikbaarheid van mannen, en niet van aangeboren orientatie. Was hij bang dat zijn trilogie door de seksuele geaardheid van zijn hoofdpersoon een zeker stempel opgedrukt zou krijgen, of erger, zou worden gezien als controversieel?
“Ik was er huiverig voor dat dit aspect mensen in staat zou stellen om het boek af te wijzen, dat het zou worden gezien als een boek voor homo’s. Maar dat is niet gebeurd. Desondanks hou ik niet van het opleggen van eigentijdse culturele normen en waarden op een plaats en maatschappij die in zoveel aspecten anders dan de onze is. Uiteindelijk gaat het in de Stone Dance om de diepere waarheden in het menselijke bestaan, en deze waarheden zijn niet afhankelijk van geslacht, en zeker niet van seksuele voorkeur.”

Pinto’s boeken zijn deels een middel voor de auteur om zich te ontdoen van zijn innerlijke demonen, en blijkt dat ze ook louterend voor lezers zijn geweest. Maar had hij de specifieke behoefte om de homoseksuele lezers te bereiken?
“Dit is het boek dat ik had willen lezen toen ik zelf jong was, en ik bevestiging voor mijn geaardheid moest vinden in Homerus’ Ilias. Ik dacht zeker aan een jong, gay publiek, voor wie ik hoopte dat de Stone Dance emotionele ondersteuning zou bieden. Ik ben blij dat dit ook inderdaad het geval is geweest; ik heb van vernam van veel homo’s dat de boeken belangrijk voor ze zijn. En dat in de context van een boek dat niet exclusief is geschreven voor homoseksuele lezers.

Hij is trots op de diversiteit van zijn publiek, en wijst op het verschil in leeftijd dat tot uitdrukking uit de brieven die hij ontving van 12 jaar oude fans en van 80-jarigen. Maar voor mij suggereert niet zo zeer een universele aantrekkingskracht van zijn boeken, maar dat mensen die betrokken zijn met de wereld te vinden zijn in alle leeftijdsgroepen. De wereld is beschadigd, en Pinto’s boodschap is dat zullen moeten vechten voor verandering, ondanks de slechte vooruitzichten. Mensen die Fantasy louter zien als ontsnappingslectuur zullen misschien niet willen luisteren naar zo’n boodschap.

En het is ook niet zonder dubbelzinnigheid. Als Pinto de werklui die zijn hek komen repareren verwelkomt, komt de ironie van zijn eerdere opmerking over muren naar boven. Want hij, zoals ieder van ons, is een Meester, een Westerling, met alle verantwoordelijk en schuld van dien. Pinto verliest die waarheid echter nooit uit het oog, en is vastbesloten om het ons, waar zijn leven en schrijven hem ook leiden,niet al te comfortabel te maken achter onze muren.

7 thoughts on “a Dutch interview…

    1. *grin* yes… I’ve no idea whatsoever what it means either… Still, the interview I did with Angeline Adams was much more extensive than what is given below and I know that she’s looking to place portions of it in various publications. So, no doubt, an English version will turn up somewhere eventually…

  1. Babelfish – it’s as if it’s typed by a thousand monkeys behind a thousand typewriters…
    ‘t Would indeed be nice if/when the English version’d appear! We keep hope!

Leave a Reply